25 mei 2012

Streep erdoor

Hemelvaartdag volgt, altijd op donderdag, 40 dagen na Pasen, en Pinksteren valt doorgaans op de tiende dag na Hemelvaartdag, altijd op zondag. De periode tussen Pasen en Pinksteren omvat aldus in verreweg de meeste jaren 50 dagen. Vandaar de naam Pinksteren. De naam is afgeleid van het Griekse woord Pentakosta (50 dagen). Morgen is het Pinksterzaterdag 2012. Woonde een van ons nu nog in zijn geboren en getogen streek dan had hij te maken met Luilak. Mocht u niet bekend zijn met deze folklore: langslapers worden op de zaterdag vóór Pinksteren vanaf uiterlijk vier uur ’s morgens luidruchtig bespot en gewekt. Vooral jongeren roeren zich. Ondergetekende herinnert zich de traditie goed. Namen zijn ouders daags tevoren al maatregelen tegen belletje trekken en het laten klepperen van de brievenbus, zelf fietste hij met vriendjes door zijn wijk met lege conservenblikken rammelend aan een touw achter zich en ratelende kartonnetjes tussen de spaken van zijn rijwiel. Heel onschuldig vergeleken met de rellerige luilak nu. In Molenrij is luilak een onbekend verschijnsel. Aan Pinksteren wordt hier sowieso geen aandacht besteed. In die dagen is er geen sprake van feesten, kermissen, markten of wedstrijden. Geen Pinkpop ook in het dorp. Wij moesten het hier jaar in jaar uit doen met de kale wetenschap dat sinds Pasen 50 dagen zijn verstreken. Dit jaar is Pinksteren wel weer van bijzondere betekenis. Vrijwel op de kop af acht jaar geleden verhuisden wij naar de Haven in Molenrij. En vandaag dragen wij de sleutels van ons huis opgewekt en weemoedig over aan onze opvolgers. Ergo: de verkoop van ons huis is definitief afgerond. Waarmee, zoals beloofd, na ruim een half jaar Funda en 66 teksten tevens een einde komt aan deze blog en onze speciale verkoop website. Op is op. Wat ons aan het hele traject van de verkoop echter het meeste bij blijft is niet deze uitdrukking maar de term fifty-fifty. Na de bezichtigingen van ons huis door mogelijke kopers achtte onze altijd goedgemutste en actieve makelaar de kans op succes steevast fifty-fifty. Waarmee hij in deze tijden van economische en politieke crisis niet alleen klanten als wij maar ook zichzelf moed insprak, vermoeden wij zo. Dit alles is hoe dan ook verleden tijd. Fifty-fifty heeft plaats gemaakt voor bye-bye. Molenrij, streep erdoor. En voor wie het aan gaat: jullie horen nog van ons. Maar nu eerst luilak. Morgen slapen wij elders uit.

Jelle Leenes is schrijver, journalist en publicist.

Klik hier als je wilt reageren.

23 mei 2012

Fanfarronada

Vraag je vissers aan de haven in Molenrij naar hun favoriete buit dan luidt het antwoord unisono: snoek! De Esox Lucius staat met stip boven aan de hitlijst van de aardige mannen en jongens die hier regelmatig hengelen naar de vangst van hun leven. ‘Al een snoek gevangen?’ vragen wij soms tegen beter weten in - nooit zagen wij de torpedovormige roofvis aan de haak geslagen. ‘Nee,’ horen we steevast, ‘maar ze zitten hier wel hoor!’ Het optimisme van de snoekeraars voor onze deur is desondanks niet helemaal uit de lucht gegrepen. De Groninger maren zijn volgens kenners als Henk Mensinga op de website van de Vereniging Nederlandse Vliegvissers vooral in oktober en november een ‘waar paradijs voor de snoekvisser.’ Witvis zwemt dan naar de haventjes aan het einde van de maren en ‘tja de Esox is geen domme vis en trekt er ook heen.’ Het door de vette Groninger klei nogal ‘blinde’ (troebele) water in de maren schrikt de agressieve en zo nu en dan zelfs kannibalistische snoeken met hun vlijmscherpe tandjes in hun ‘snavelbekken’ klaarblijkelijk niet af. In de haven wordt niet alleen gevist. Zomers wordt er ook gezwommen. Ligt dan niet het gevaar op de loer van een pijnlijke beet - er zijn gevallen bekend van snoeken die de wiebelende tenen van zwemmers of de harige poten van honden aanzagen voor lekkere prooien of indringers? Dit snoekhappen maakten wij evenmin mee. Ook al een teken dat de snoekenpopulatie hier wel eens zou kunnen tegenvallen. Stel echter dat de vissen er wel zijn, en stel dat je ze, tegen de moraal van hengelend Nederland in, niet terugzet in het water, wat doe je dan met een snoek nadat je je eerst nog trots met je vangst laat fotograferen? Kun je snoeken bijvoorbeeld eten? Ja, vertrouwde ons eens een visser in Spanje toe. El lucio is volgens hem ‘goed eetbaar’ ook al is het dier ‘vol graat’ en kun je een snoek ter vermijding van een ‘grondsmaak’ het beste enige dagen ‘in een badkuip verwateren.’ We keken hem aan als een snoek op zolder. Was de kleine man wel zuiver op de graat? Of uitte hij slechts Fanfarronada de pescadores, visserslatijn kortom? Hoe dit ook zij, van de (weinige) snoeken in de haven van Molenrij hoef je het niet Spaans benauwd te krijgen. Je kunt er bovendien ongestoord vissen in troebel water. Dat is allerminst grootspraak.

Jelle Leenes is schrijver, journalist en publicist.

Klik hier als je wilt reageren.

20 mei 2012

Briefgeheim

Aan het waarheidsgehalte van sommige uitdrukkingen kun je twijfelen maar niet bij de zegswijze ‘geluk zit in een klein hoekje.’ Menen wij althans. Ons huis zit namelijk vol met pretplekken. Eén van die onvermoede locaties is, lach niet, het halletje achter de entree van onze woning. Het is vooral de brievenbus in de voordeur die ons genoegen schenkt. De lol die wij aan deze geborstelde gleuf met klep beleven betreft niet haar uiterlijk. Evenmin van belang voor ons geluk is wat er zo al aan brieven, kaarten, kranten en tijdschriften naar binnen wordt geschoven. Integendeel, sommige post, blauwe en zwart omrande enveloppen voorop, zie je liever niet komen. Doorslaggevend is wel de exacte positie van de inwerpopening zoals Nederlands grootste brievenbusfirma Post.nl ons soort gleuven officieel noemt. Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen maar onze brievenbus bevindt zich op minder dan tien meter van de openbare weg. Wat tot gevolg heeft dat wij volgens de Postwet geen buitenbus aan de straat hoeven te plaatsen. U moest eens weten van hoeveel geluk wij om die reden mogen spreken. Nooit hoeven wij voor dag en dauw naar buiten om de ochtendkrant uit een buitenbus te halen. Nimmer hoeven wij bij hevige neerslag en zware storm het huis uit om te zien wat de postbode nu weer heeft bezorgd. De plek van de brievenbus was jaren geleden geen conditio sine qua non om het huis te kopen, we zijn er tevoren ook niet over gebrieft, maar allengs zijn we de gleuf in de voordeur gaan waarderen. Slechts éénmaal hebben we onze bevoorrechte postpositie tegenover een overigens vriendelijke ‘doormeter’ van de posterijen (controleur van ‘foute’ brievenbussen) hoeven te verdedigen. De postale handhaver was echter snel overtuigd van ons gelijk nadat hij de kortst mogelijke rechte lijn tussen onze voordeur en het publieke domein letterlijk had afgepast. Hij wenste ons ‘geluk.’ Dat hebben wij ons ter harte genomen. Sinds zijn bezoek beseffen wij hoe gelukkig je kan worden van zoiets triviaals als een brievenbus aan huis. Dit briefgeheim wilden we toch even met u delen.

Jelle Leenes is schrijver, journalist en publicist.

Klik hier als je wilt reageren.

13 mei 2012

Onschatbaar

Noem het naïef maar ook wij hoopten jaren geleden stilletjes een schat te vinden in en rond ons toen zojuist betrokken huis in Molenrij. De woning is immers al negentig jaar oud en de haven aan het einde van de Molenriegster Maar voor de deur was eeuwen lang het domein van vrachtvaarders. Zo bezien was de hoop op een unieke vondst toch zo gek nog niet. Allicht dat vorige generaties bewoners en schippers per ongeluk iets van waarde hadden achtergelaten. Zakken met oude munten noch kostbare sieraden hebben we echter gevonden. Laat staan prehistorische pijlpunten of botresten van mammoeten en sabeltandtijgers. Al wat we tijdens de grondige verbouwing van het huis en de diepgravende herinrichting van de tuin aantroffen waren de contouren van enkele bedsteden en niet eens zo oude scherven. Leuk maar daarvoor laten historici noch archeologen zich midden in de nacht wakker maken. En de gemeente De Marne helemaal niet. Want, laten we eerlijk zijn over dit minpuntje, de gemeentelijke zorg voor oude monumenten en bodemschatten houdt wegens gebrek aan tijd en geld niet over. Dat meldt althans archeologe Isabel van der Velde in haar afstudeerscriptie 'Archeologie in de Marne, omgang met ons erfgoed.' Veertig procent van het gemeentelijke grondgebied heeft volgens andere onderzoekers een ‘hoge archeologische verwachtingswaarde’ maar, aldus Van der Velde, het archeologische erfgoed in De Marne is tot nu toe een ‘ondergeschoven kindje.’ Beschermde archeologische terreinen zijn nergens te vinden en aan particuliere zijde ontbreekt het aan ‘trekkers.’ ‘Doodzonde,’ oordeelt Van der Velde. Zij stelt onder meer de oprichting voor van een digitaal loket waar schatgravende, piepstokkende (metaaldetecterende), grondborende  of gewoon ploegende bewoners archeologische tips en gegevens kunnen delen. Goed idee. Onze bijdrage aan dit forum zal zijn dat ons onroerend goed aan de Haven in Molenrij waarschijnlijk geen monumentale of archeologische hotspot is maar dat de woonlocatie wel van onschatbare waarde is.

Jelle Leenes is schrijver, journalist en publicist.

Klik hier als je wilt reageren.

10 mei 2012

Schuurmans

De herinnering aan een kort verblijf enkele jaren geleden op Terschelling houden wij in stand met een stevige sleutelhanger. We kochten het voorwerp in de werkschuur van Zout Hout, een kunstenaarsinitiatief op het eiland dat meubels en gebruiksartikelen maakt van op het strand aangespoeld hout. Aan onze hanger zitten twee sleutels. Een sleutel past op de toegangspoort achter in de tuin. Het andere exemplaar verschaft toegang tot de tuinschuur, een losstaand uit hout opgetrokken bouwwerk met twee ramen, een licht hellend dak, tl-verlichting en een betonnen vloer van circa acht vierkante meter. Het gedegen loodsje biedt in de eerste plaats onderdak aan het tuingereedschap en aan onze rijwielen en een fietspomp. Veel tijd brengen we niet door in de schuur. Zelfs de man des huizes is er weinig te vinden. In dat opzicht is hij atypisch. Veel andere mannen beschouwen de schuren bij hun huizen bij uitstek als privé domeinen waar zij zich prutsend, mediterend, mokkend, lezend, schilderend, drinkend, rokend en wat dies meer zij kunnen afzonderen. Uit (Engels) onderzoek blijkt dat de schuurfanaten onder de mannen gemiddeld 3,5 jaar van hun leven het isolement van hun sheds opzoeken. Zonde van de tijd hoor je hun vrouwen zeggen ware het niet dat uit ander, eveneens Brits onderzoek blijkt dat shedi’s zo gemoedsrustig worden van de retraites in hun territoria dat zij mogelijk jaren langer leven. In Engeland maar ook in de Verenigde Staten en Australië is, als je media in die landen mag geloven, sinds een jaar of tien sprake van een ware schuurcultuur met boeken, websites en zelfs het voorstel om een nationale shedweek te organiseren. In Nederland staat het ‘schurisme’ (bron: NRC) nog in de kinderschoenen. Wel zijn er bekende voorlopers aan te wijzen: Walter de Rochebrune (een creatie van Wim de Bie), voedseljournalist Wouter Klootwijk en cabaretier Hans Liberg die een schuurtje liet bouwen door oud hout kunstenaar Piet Hein Eek. Terug naar onze shed met originele sleutelhanger. Langlevend schurisme hebben wij er nooit bedreven. Dat laten we graag over aan de nieuwe shedi’s van ons huis. Wie weet is hun achternaam Schuurman of Schuurmans. Daarvan zijn er sowieso velen in Nederland.

Jelle Leenes is schrijver, journalist en publicist.

Klik hier als je wilt reageren.

6 mei 2012

Om en om

Ons huis staat in een van de ‘donkerste’ streken van Nederland, lazen we tot onze schrik in een gemeentelijk stuk. Wonen wij echt in een unheimische, schimmige, dubieuze, droevige, obscure, gure dan wel sinistere regio, vroegen wij ons verwonderd af. We hadden er nooit iets van gemerkt. Doorlezend in het Beleidsplan Openbare Verlichting 2010-2019 verdwenen echter onze sombere vermoedens. De gemeente De Marne beschouwt de (nachtelijke) duisternis op haar grondgebied juist als een ‘kwaliteit.’ De duisternis wordt bevorderd. Er is sprake van ‘donkertebeleid.’ Het uitgangspunt is: ‘geen openbare verlichting tenzij.’ Dit heeft ‘onherroepelijk tot gevolg,’ waarschuwt de gemeente, ‘dat verzoeken van burgers om (meer) verlichting worden afgewezen als de noodzaak daartoe niet vaststaat.’ Onder noodzaak worden verstaan: verkeersveiligheid, sociale veiligheid, sfeer, gezelligheid en dorpsidentiteit. De Marne telt circa 2500 lantaarnpalen. Meer komen er niet bij. De meeste lichtmasten zijn éénpitters. Hun armaturen bevatten slechts één lamp. Zo ook de straatverlichting in Molenrij, een doorsnee gemeenschap met nachtbrakers, ochtendsterren, avondmensen, dagdromers, laatbloeiers, vroegboekers, oldtimers en earlybirds. Aan onze haven staan - niet te verwarren met het leefgedrag van de bewoners - twee soorten lantaarnpalen: nachtbranders en avondbranders. Een nachtbrander is een mast die brandt tussen 10 minuten na zonsondergang en 10 minuten voor zonsopkomst. Avondbranders worden tussen elf uur ’s avonds (voorheen middernacht) en zes uur ’s morgens uitgeschakeld. In het overgrote deel van De Marne staan de straatlantaarns ‘consequent’ om en om geschakeld, aldus de gemeente. Nachtbrander, avondbrander, nachtbrander, avondbrander etcetera. Dit ‘verlichtingsregime’ zien we ook aan de haven. Reden tot klagen over het stroom sparende systeem hebben wij niet zolang enkele lichtpuntjes in donkere tijden resteren. Zelfs als de straatverlichting geheel zou uitvallen, is er nog geen man overboord. Geen nacht zo donker of er volgt weer een morgen, nietwaar? Zulke gedachten moet je nooit verdonkeremanen.

Jelle Leenes is schrijver, journalist en publicist.

Klik hier als je wilt reageren.

2 mei 2012

Duistere zaken

Vraag je bijvoorbeeld artsen, notarissen, advocaten, priesters of politiemensen naar hun beroep dan maken zij daar geen geheim van. Maar vraag je zulke functionarissen naar zaken die ze in hun werk zoal tegenkomen dan beroepen zij zich op hun zwijgplicht. Ergo: het beroepsgeheim is niet per definitie hetzelfde als een geheim beroep. Toch zijn er mensen die beide fenomenen combineren en geheim houden. Spionnen, privé detectives, prostituees, undercover journalisten, commando’s en stillen zul je over het een noch over het ander horen. Gevraagd naar hún werk draaien ze er geroutineerd om heen. Een van de opmerkelijkste en tevens onschuldigste combinaties van geheim beroep en beroepsgeheim is het werk van de evaluator, ook bekend onder de namen qualitective of service checker. In goed Nederlands: mystery shopper. Iedere Nederlander van 18 jaar en ouder met minimaal een mbo-diploma mag deze activiteit praktiseren. Voorwaarde is wel dat je scherp kunt waarnemen, betrouwbaar bent, foutloos Nederlands kan schrijven, in het bezit bent van een computer en internet en dat je het leuk vindt om te winkelen. De verdiensten zijn niet om over naar huis te schrijven (hooguit enige tientallen euro’s per klus) maar wie wil niet eens betaald winkelen of gratis een boodschap doen. Wij vroegen ons af of zulke ‘proefkonijnen’ in onze omgeving wonen. Geen idee. Mystery shoppers mogen contractueel niet uit de school klappen. Toch zijn ze er. Neem alleen al het naar verhouding grote aantal ketensupermarkten in onze gemeente waartoe overigens tot onze grote spijt vanwege haar assortiment nooit ’s lands grootste kruidenier behoorde. De kwaliteit en de service van de lokale supers zijn hoe dan ook vast al eens door (lokale) spookklanten beoordeeld. Volgend jaar opent in de gemeentelijke hoofdplaats Leens trouwens een nieuw winkelcentrum met nog eens twee supermarkten: een full service winkel van Brabantse oorsprong en een Duitse discounter. Helaas ontbreekt hier opnieuw ’s lands grootste kruidenier. Geen AH-erlebnis kortom. De bescheiden shopping mall is mede bedoeld om toeristen te behagen. Wij geven ons bij deze graag op als mystery shoppers voor de winkels in het nieuwe centrum. Het liefst op een proefzondag. Want de vraag waarom in Gods naam nog altijd geen enkele winkel in De Marne op zondag open is (mag), brandt ons al jaren op de lippen. Als wij als mystery guests een einde kunnen maken aan die duistere zaak, zou dat ons zeer plezieren. En met ons de toeristen. Want toeristen hebben een hekel aan dichte deuren. Vooral op zondag. Dat mysterie kunnen we wel alvast onthullen.

Jelle Leenes is schrijver, journalist en publicist.

Klik hier als je wilt reageren.